Archi­tec­tu­ra­le bete­kenis          


Har­mo­nie van de Renais­sance

Wat maakt dit por­taal zo effec­tief? Is er een ont­werpp­rin­ci­pe? Zijn het de esthe­tiek en ont­werpcri­te­ria van de Renais­sance of is de con­s­truc­tie ver­ant­wo­or­de­li­jk voor het bij­zon­de­re effect van het Bata­via­por­taal? 

De kunst van de Renais­sance (15e/16e eeuw) wordt beschouwd als de weder­ge­bo­or­te van de klas­sie­ke oud­heid in ter­men van waar­den, esthe­tiek en artis­tie­ke gevoelig­he­den, evenals de nieuw ont­dek­te weer­ga­ve van per­spec­tief. Nieu­we waar­den vra­gen om een nieu­we kijk op men­sen. De aar­de is niet lan­ger het mid­del­punt van de wereld, maar draait om de zon. De mens staat in het cen­trum van de geest­e­li­jke wereld en wordt gezi­en als de maat van alle din­gen.

Het Bata­via­por­taal is ont­wor­pen vol­gens de regels van de “Gul­den Sne­de”. Het getal Phi is een irra­tio­neel getal dat nauw ver­we­ven is met kunst en scho­on­heid. Het heeft een onein­dig aan­tal deci­ma­len. Phi 1.6180… wordt aan­ge­duid als “het getal van de schep­ping”, “als een wereld­for­mu­le”, “als een gul­den getal” of als de “god­de­li­jke pro­por­tie”. Nume­rie­ke waar­de is de kern van de gul­den sne­de. “Het delen van een lijn in de gul­den sne­de” bete­kent dat de leng­te van het klei­ne­re deel a zich op dez­elf­de manier ver­houdt tot het gro­te­re deel b als het laats­te tot de leng­te van het eers­te deel c. 

In de Ita­lia­an­se Renais­sance werd de vor­men­taal van de oud­heid nieuw leven inge­bla­zen met een­vou­di­ge idea­le geo­me­tri­sche vor­men zoals vier­kan­ten of cir­kels, waar­bij bou­w­ele­men­ten zoals zuilen, pilas­ters, kapi­telen en drie­hoe­ki­ge gevels wer­den geleend. Ook het Bata­via­por­taal is vol­gens deze ont­werpp­rin­cipes tot stand geko­men.

Een por­taal wordt beschouwd als het cen­tra­le gebied van een geve­lont­werp. De oml­ijs­ting is een gepro­fi­leer­de bin­nen­koof van hards­te­nen blok­ken (rusti­ca) met zuilen. Het wordt hori­zon­taal gecom­ple­teerd door een archi­tra­af en bekroond met een drie­hoe­kig fron­ton. De wig­vor­mi­ge sluit­s­teen op het hoogs­te punt van een boog maakt de con­s­truc­tie zelfd­ra­gend. De sluit­s­teen van het Bata­via­por­taal – uit­ge­was­sen door eeu­wen­lan­ge ops­lag op de zeebo­dem – stelt waar­schi­jn­li­jk een lee­u­wenkop voor.